watermolen tekening Klotz

Ivm met unieke bouwhistorische vondsten zoeken wij vergelijkingsmateriaal van (getijden)watermolens elders in de wereld  !!

Omhoog Analyse Gemeente archief Geschiedenis Molenvereniging

Steen
Algemeen
Historie
Nieuws & plannen
Fotoalbum
Link pagina
Siteoverzicht

Steen
 
Watermolenpad 1
4611 HX
Bergen op Zoom
 
tel  0164 244347
fax 0164 299711
 

DE WATERMOLEN TE BERGEN OP ZOOM

Pleidooi voor subsidie onderzoek en behoud molenwerken van de getijdenmolen

 Aanleiding

De getijdenwatermolen van Bergen op Zoom is momenteel in restauratie. De buitenkant van het object is gerestaureerd. De omgeving, alsmede het molengedeelte, dienen nog afgewerkt te worden. Bij het “schoonmaken” van het molengedeelte kwamen oude fundamenten naar voren. Dit pleidooi wil de eigenaar ondersteunen in zijn visie om deze fundamenten te bewaren als onderdeel van het interieur.

 Bouwgeschiedenis

De watermolen in Bergen op Zoom is uniek in Nederland. Het betreft een zogenoemde getijdenmolen. In Nederland zijn nog enkele restanten bewaard gebleven, doch de molen van Bergen op Zoom is daarvan de oudste, het meest herkenbare en de indrukwekkendste. In totaal zijn er circa 30 getijdenmolens in het zuidwesten van Nederland geweest. Slechts de molen van Bergen van op Zoom, het gebouw van de molen in Goes en restanten van de molen in Middelburg bleven behouden.

De watermolen van Bergen op Zoom begint in 1496 als de plaats wordt gezocht voor een nieuwere en grotere watermolen aan de haven van Bergen op Zoom. Voor de bouw van de molen wordt advies ingewonnen bij onder andere Antonis Keldermans, die in deze periode ook betrokken was bij de bouw van het Markiezenhof aldaar. Het ontwerp van de molen is wellicht niet van Keldermans, maar het gebouw sluit aan bij dat van het Markiezenhof, alsmede bij die van de elders door Keldermans ontworpen gebouwen.  

De bouw van de molen duurt bijna 3 jaar. Op 26 september 1503 om drie uur ’s middags wordt het eerste graan gemalen. Het gebouw bestond uit een grote rechthoekige molen met twee trapgevels en dwars daarop staand een woonhuis, welke ook met een trapgevel was beëindigd. Aan de waterzijde waren twee maalsluizen voor de twee waterraderen, een spuisluisgebouw, ook met twee trapgevels, en over het water een schofhuis, waarin zich de schuiven voor het regelen van de watertoevoer naar de raderen bevonden. Er waren in eerste aanzet twee waterraderen aanwezig, waarvan het grote rad werd gebruikt voor de roggemolen en het kleine rad voor de tarwemolen. Van de molen zijn enkele tekeningen uit de 17e eeuw bewaard gebleven. Deze versterken en bevestigden de indruk dat de molen in de 16e en 17e eeuw geen technologische vernieuwingen heeft ondergaan.

 In de 18e eeuw wordt de molen bezocht door John Smeaton. Op 26 juni 1755 vermeldt Smeaton in zijn dagboek dat hij niet onder de indruk is van de getijdenmolen. Het is een molen “zonder enige curiositeit of vernuftigheid”. Er zijn dan nog steeds twee koppels stenen aanwezig, die elk een koppel stenen aandrijven “in single gear”. Dit laatste betekent dat er sprake is van een rechtstreekse aandrijving van het waterrad naar het koppel stenen door middel van een kamrad en een rondsel. De verandering van het gaande werk komt pas in 1791-1793. In die jaren wordt één waterrad verwijderd. Medegedeeld wordt dat de schofdeur van de roggemolen wordt gehandhaafd, waaruit afgeleid kan worden, dat het waterrad van de roggemolen met bijbehorend kamwiel blijft bestaan. Het kamrad op de wateras drijft in de nieuwe situatie een “groot rondsel” aan, dat op de koning is bevestigd. Bovenaan deze koning is het spoorwiel bevestigd, dat de twee rondsels van respectievelijk de rogge- en tarwemolen in beweging zet. De molen is in de nieuwe situatie veranderd van “onderaandrijving” naar “bovenaandrijving”. Het is één van de weinige keren dat er informatie is in Nederland voor het aanbrengen van het spoorwiel in watermolens. In zijn algemeenheid wordt aangenomen, dat dit in de tweede helft van de 18e eeuw, dan wel in de eerste helft van de 19e eeuw geschiedde. De watermolen van Bergen op Zoom past in dit beeld.

Na de inval van het Franse leger in 1747 wordt de molen eigendom van de domeinen van de Franse republiek. Nadat Bergen op Zoom in 1795 is gecapituleerd, komt de molen in 1813 in particuliere handen.

In deze 19e eeuw verandert de watermolen ook van functie. In 1825 mag er een oliemolen ingericht worden. In 1862 is sprake van een koren-, schors- en oliemolen. Een jaar later richt Adriaan Vergroesen de molen in als bloemfabriek, welke nog steeds door één waterrad wordt aangedreven. Van deze bloemfabriek is een beschrijving bekend:

Bergen op Zoom, 13 Februarij.

Dezer dagen hebben wij het bloemfabriek van den heer A. Vergroesen Wz. Alhier bezigtigd, waarvoor de watermolen, die het watergetij in beweging brengt, doelmatig is ingerigt.

Het gaande werk, door den heer J. Marie, gaaf en deugdelijk vervaardigd, beantwoord ten volle aan de verwachting.

De machine windt de zakken met De machine windt de zakken met graan naar de derde verdieping op, waar een bediende dezelve in een kast of vergaarbak uitschudt en waarna de machine geheel de verdere bewerking volbrengt.

Uit deze kast wordt het uitgestorte graan opgenomen en na door een waaimolen voorlopig te zijn gezuiverd, door de schoonmaakmachine verder als het ware geschrobt en geborsteld. Het is bijna ongeloofelijk hoeveel vuil, dat anders zou worden vermalen en in het brood verbakken, zich door deze bewerking van het graan ontlost. Na deze voorloopige zuivering, valt het schoon gemaakte graan in eene andere kast, wordt daaruit naar drie paar molensteenen van eene bijzondere soort gevoerd en gemalen en na door builtoestellen van de zemelen te zijn afgescheiden, tot zuivere bloem bereid.

Het vooroordeel, waarmede de vaak elke verandering of verbetering van industrie in den beginne te kampen heeft, zal gewis wijken bij het gebruik van meer zuivere bloem en deugdzamer brood. We mogen gerust een ieder, die prijs stelt op goed voedsel, de bezigtiging van dit bloemfabriek aanraden, waartoe de heer A. Vergroesen welwillend zijne toestemming verleenen zal.”

Uit de beschrijving blijkt dat de molen, in plaats van twee koppels stenen, na de verbouwing drie koppels stenen heeft. Hoewel de beschrijving algemeen van aard is, is duidelijk dat het bedrijf gemoderniseerd is, waarbij “de machine geheel de verdere bewerking volbrengt”. Helaas is niet duidelijk wat het type molensteen is. Mogelijk betreft het zogenoemde Franse stenen, die geschikt zijn voor bloemfabricage.

Vanaf 1867 begint de gemeente Bergen op Zoom met het opheffen van de vestingwerken, wat ook consequenties heeft voor het functioneren van de watermolen. In 1887 vindt verkoop van de molen plaats aan de Rotterdamse bank. In 1889 wordt de molen verkocht aan de gemeente. De molen wordt dan omschreven als een door water gedreven molen met meelfabriek, bakkerij, erf, waterkolk en weiland. Het maalwerk blijft eigendom van de bank, evenals het waterrad en drijfwerk aan de buitenzijde van de molen. Voor de overdracht aan de gemeente dient de bank deze onderdelen te verwijderen, waarmee de watermolen definitief buiten gebruik wordt gesteld.

 

Restauratie

Na de overdracht aan de gemeente breekt een lange periode van gebruik als opslagplaats voor de gemeente Bergen op Zoom aan. Het huis is vaak afzonderlijk verhuurd. Na een provisorisch herstel rond 1990 is het verval verder gegaan, zodat het dak van het molengebouw zelfs deels instort. In 2002 wordt de molen verkocht aan Hans Smeenk, die met veel zorg en zorgen het herstel voortvarend heeft aangepakt. Het woonhuis is geheel gereed en bewoond. Van het molengebouw is het casco gereed, maar de binnenafwerking wacht nog op uitvoering, aangezien de toekomstige bestemming onderwerp van discussie is. Inmiddels is de nabijgelegen gemeentewerf vrijgekomen. Het voorlopige stedenbouwkundige plan voorziet daarin, namelijk het deels terugbrengen van een waterkom ter plaatse van de houwer. Ook zal er dan de mogelijkheid zijn de waterwerken en sluizen ten minste op hoofdlijnen te reconstrueren, zodat de functie als molen gevisualiseerd kan worden.

 

Archeologisch onderzoek

In 2002 wordt gedurende een viertal dagdelen een archeologisch onderzoek uitgevoerd door M. Vermunt, A. van der Kallen en twee vrijwilligers. De werkzaamheden bestaan uit het vrij prepareren van het eerder aangetroffen muurwerk in de hoofdruimte van de molen, het ontgraven van kleine gedeelten in de westelijke helft van het molenhuis en het inmeten van deze en eerder blootgelegde sporen op diverse plaatsen in en rondom de molen, gebaseerd op een schaal van 1:20.
In de hoofdruimte komen funderingen aan het licht uit verschillende perioden, behorend bij het molengedeelte van voor 1887. In het westelijke deel van het molenhuis bevindt zich, centraal in de ruimte, een stenen bak van 2,30 bij 3,60 meter groot, waarvan de bodem uit bakstenen op hun kant bestaat. De stenen zijn vaalrood. Op de bodem zijn vier ijzeren bevestigingspunten te zien, een kleine vierkante, met lood beklede (lek?)bak, een loden waterleiding en een gietijzeren leiding. Buiten de bak loopt de loden leiding in een gemetselde goot, die is afgedekt met natuurstenen platen. Aan de oostzijde van de bak is na verwijdering van de moderne vloer een groot rond bakstenen plateau aangetroffen met een diameter van 3,40 meter. Duidelijk is te zien dat het bijbehorende vloerniveau naast de gemetselde bak hoger heeft gelegen. De bak, het plateau en de cirkelvormige uitsparing lijken bij elkaar te horen en hebben waarschijnlijk deel uitgemaakt van de maalinrichting uit de 19e eeuw. De verdiepte bak bood waarschijnlijk plaats aan een met stoom aangedreven machine, die de taak van het waterrad kon overnemen. Vermunt doet de suggestie, dat de cirkelvormige uitsparing dan gediend zou hebben voor een horizontaal overbrengingswiel tussen waterrad en molenwerk. Het grote ronde plateau bood wellicht plaats aan de eigenlijke maalinrichting.

De vraag is uit welke tijd deze aanleg dateert. Het zou kunnen gaan om een fase na de verbouwingen ten gevolge van schade in 1814, of uit de jaren na 1825, toen er een oliemolen in bedrijf werd genomen, of na 1863 toen de molen als bloemmolen werd ingericht.

Op en naast de bak zijn vier basementen voor gietijzeren kolommen aangebracht, die de moerbalken van de verdiepingsvloer ondersteunden. Waarschijnlijk zijn deze kolommen pas later gemaakt, tegelijk met het ophogen van de werkvloer tot het vroeg 20ste eeuwse peil. Een van de basementen bevat een geprofileerde kraagsteen, die secundair gebruikt is. Aan de noord- en zuidzijde van de bak bevinden zich nog enkele bakstenen blokken, ofwel poeren, waarvan de functie onduidelijk is. De dikte van de scheef verzakte blokken is tamelijk gering en zij zijn gelegd in ophogingszand, dat scherven bevat uit de 17de en 18de eeuw. Enkele blokken bestaan uit bakstenen en lijken gelijktijdig met de bouw van de bovengenoemde constructies te zijn aangebracht. Interessant daarbij, stelt M. Vermunt, is de vraag in hoeverre de gevonden 19de eeuwse resten van het molenwerk behouden moeten blijven in de toekomstige inrichting, en of verder archeologisch onderzoek gewenst of nodig is.

 

Plannen eigenaar

Door de eigenaar, de heer Smeenk, is inmiddels een plan ontwikkeld waarbij de ruimte effectief kan worden gebruikt en geëxploiteerd, zonder schade aan te brengen aan de aanwezige restanten van het molenwerk.

De heer Smeenk stelt het volgende voor:

a.      Het uitgraven van de kamradput en het onderzoeken van deze put. De kamradput is de put, die gelegen is aan de westzijde, tussen de nieuwe buitenmuur en de “oude buitenmuur” van circa 1890.

b.      Bronbemaling toepassen voor afronding uitgraven en onderzoek.

c.      Waterdichte vloer in kamradput aanbrengen.

d.      Herstel bouwkundig metselwerk alsmede voorzieningen in de kamradput

e.      Op de kamradput een vloer leggen, als zijnde een opkamervloer. De vloer wordt aangelegd uit praktisch oogpunt voor gebruik in de toekomst.

f.        Het plaatsen van kolommen onder de moerbalken, maar gezien de lengte, deze op ongeveer 2,40 meter hoogte te voorzien van koppel- en trekbalken om de knikbelasting tegen te gaan. Tussen deze koppel- en trekbalken kunnen vloerbalken gestoken worden om alles te voorzien van een vloer.

g.      De aanwezige fundaties, die in het verleden als restanten van de maalinrichting werden gezien, onderzoeken waar deze voor dienen en deze zichtbaar in de bouwkundige (vloer)afwerking me te nemen.

 

Visie van de vereniging “De Westbrabantse Molens”

De molen in Bergen op Zoom is vanwege zijn aard (getijdenmolen), datering (vroeg 16e eeuws) en bouwgeschiedenis een bijzonder monument. Het is de eigenaar, de heer Smeenk bijzonder te prijzen dat hij zich vele financiële offers heeft getroost om de getijdenmolen te restaureren. Tijdens de restauratie kwamen de fundamenten bloot van het eerdere maalwerk. In de visie van de vereniging “De Westbrabantse Molens” maken zij een onlosmakelijk onderdeel uit van de molen, dus van het monument. Het vernietigen van deze restanten is niet acceptabel. Dit gezegd zijnde, betekent tevens dat de eigenaar geconfronteerd wordt met beperkingen in het gebruik van het molengedeelte.

Door de eigenaar is nu een plan ontwikkeld, waarbij de molenfundamenten onderzocht worden en vervolgens opgenomen worden in de inrichting. De aan te brengen insteekvloer, kolommen e.d. doen geen zichtbare afbreuk aan het molengedeelte. Mogelijk kunnen deze nieuw in te brengen zaken in eigentijdse materialen worden uitgevoerd.

Van belang in het plan is, dat enerzijds onderzoek wordt verricht naar de fundamenten, anderzijds dat de fundamenten bewaard blijven.
Het aanleggen van vloeren en kolommen vormen hierbij geen beletsel, doch maken het dan mogelijk om de fundamenten blijvend te bekijken.
Het is de hoop van de vereniging dat bovengemelde plannen op korte termijn tot uitvoering komen.

 

T. Meesters, voorzitter

P. Kruisenga, secretaris

 

Bronnen:

1.    Bert Boonman, Getymolens. De watermolen van Goes of De Luie Elf, Goes, 1986.

2.    J.H. van Mosselveld en W.A. van Ham, Tekeningen van Bergen op Zoom. Topografische afbeeldingen van Bergen op Zoom en omgeving uit de zestiende tot en met de achttiende eeuw. Bergen op Zoom, 1973.

3.    H. Hagens, Op Kracht van stromend Water, Negen eeuwen watermolens op de Veluwe, Hengelo 2000.

4.    Ton Meesters, De technologische ontwikkeling van de getijdenmolen in Bergen op Zoom in een breder perspectief. Artikel in “Molinologie”, nr. 23, 2005, pp. 1-15.

5.    C.D. Vanwesenbeeck, De Watermolen te Bergen op Zoom en zijn omgeving. Artikel in Studies uit Bergen op Zoom, Bijdragen tot de geschiedenis, uitgegeven door de Geschiedkundige Kring van Stad en Land van Bergen op Zoom, Nr. 3, pp. 25-53. Bergen op Zoom, 1979.

6.    Weyts Architekten, De Watermolen te Bergen op Zoom, april 2007.

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
Laatst bijgewerkt: 01 February 2009

Aannemersbedrijf Cauwenborgh: Restaureren is onze passie!